Een tijdje geleden boekte ik een focusweek in Oslo. Het voelde rond: OSLO® in Oslo. Als ik straks op de KindVak-beurs zeg: “Ik kan je de weg naar OSLO® vertellen,” dan moet ik daar zelf toch minstens één keer geweest zijn? Ook al is het met een knipoog, en staat het eigenlijk voor Onderzoeken, Spelen, Leven & Ontwikkelen.
Tot mijn zus zei: “Maar jij bént al in Oslo geweest.”
Blijkbaar was ik als kind niet in Zweden, zoals ik altijd dacht, maar in Oslo. En specifieker: in een beeldentuin over de levensloop. Ik heb dia’s waarop ik samen met mijn vader beelden nadoe. Hij staat achter me. We lachen. We spelen.
En ineens viel alles samen.

Spel als eerste toegang
Op die dia’s doe ik wat een kind doet. Ik kijk naar de beelden en probeer ze na te doen. Niet omdat iemand het organiseert, maar omdat spel hun eerste manier is om toegang te krijgen tot wat ze zien. Spel is geen voorbereiding op leren, het ís leren.
Mijn vader is inmiddels overleden. Maar op die beelden zie ik iets wat dieper gaat dan herinnering. Ik zie waar OSLO® in essentie over gaat: een kind dat mag meedoen in een betekenisvolle context. In de echte wereld mogen zijn, ontdekken en bevestigd worden.
Warschau: wat er gebeurt als je die toegang mist
Een paar weken geleden was ik in Warschau. In de winkel redde ik me prima in het Engels, tot ik moest pinnen. Het scherm stond volledig in het Pools. Geen Engelse optie en ook in beeld geen enkele herkenning. Ineens merkte ik hoe snel je je afhankelijk voelt als je de taal niet hebt.
Je weet dat je het kunt, maar je komt er niet bij. Je voelt je onthand, klein en misschien zelfs bijna dommig. Mijn zoon moest me aanwijzen waar ik moest drukken; doordat hij is opgegroeid in het digitale tijdperk, wist hij intuïtief wat hij moest doen. Dat moment bleef hangen, omdat het liet voelen wat taal eigenlijk is: toegang. Toegang tot begrijpen, maar ook tot meedoen en zelfvertrouwen. Niets minder dan waar VVE over zou moeten gaan.
Ontwikkeling gaat over toegang
In veel VVE-praktijken is de nadruk verschoven naar aantonen, registreren en verantwoorden. De intentie is goed, we willen kansen vergroten en dat staat centraal. Maar soms maken we ontwikkeling smaller dan nodig is. Een peuter die een markt naspeelt, krijgt toegang tot nieuwe woorden, hoeveelheden, rollen, onderhandelen en sociale dynamiek. Er wordt geteld, benoemd, gepland en samengewerkt.
Dat ontstaat niet door instructie, maar door context. OSLO® draait daarom niet om toevoegen, maar om toegang creëren. Zo kregen ouders tijdens de pilots themaboeken mee naar huis. Boeken zonder vaste tekst, maar vol van beeld. Want zodra er tekst in staat, zet je de taal vast en is er één manier van voorlezen.
Maar ik zag ook iets anders.
Sommige ouders vroegen: “Wat moeten we hiermee?” Vrijheid zonder houvast kan namelijk ook onzeker maken. Daarom onderzoeken we momenteel hoe we visuele ondersteuning kunnen toevoegen. Pictogrammen die de toegang vergemakkelijken.
De weg naar OSLO®
Toen ik bedacht om op de beurs shirts te dragen met: “Ik kan je de weg naar OSLO® vertellen,” was dat een woordgrap. Nu voelt het anders.
De weg naar OSLO® is een lijn die al eerder liep. Een kind in een beeldentuin, een vader die meespeelt. Een vrouw die in Warschau de taal niet begrijpt en ouders die zoeken naar houvast. Maar ook: professionals die ruimte nodig hebben, gemeenten die steeds meer beseffen dat vertrouwen effectiever is dan controle en kinderen die in échte contexten gezien willen worden.
OSLO® gaat over de toegang tot die dingen.
Soms kies je een naam en ontdek je dat die naam jou al lang kende.
